integraal zorg akkoord zet in op ‘senior langer thuis’

IZA zet in op ‘senior langer thuis’. Wat betekent dat? Welke veranderingen zijn nodig? Wie gaat hier stappen zetten?

IZA zet in op ‘senior langer thuis’. Het aantal senioren neemt toe en senioren worden ouder. Dubbele vergrijzing. Zorgkosten kunnen hierdoor hard stijgen. Verpleegtehuizen zijn duur. De overheid wil senioren langer thuis laten wonen en het aantal verpleegtehuizen niet laten groeien. IZA zet in op versterking van samenwerking lokaal en regionaal: tussen  huisarts, fysiotherapeut, specialist vanuit ziekenhuis, wijkzorg, ondersteuning vanuit WMO, zorg vanuit WLZ. De financiering geschiedt vanuit verschillende wettelijke domeinen: WMO, ZvW en WLZ. Niet alle zorg en ondersteuning door professionals, familie en mantelzorgers kunnen een bijdrage leveren.

Thuiswonende senioren ervaren knelpunten. Aanvragen van ondersteuning is ingewikkeld. Sommige zaken vanuit de WMO, andere vanuit de ZVW en nog andere vanuit de WLZ. Verschillende loketten en procedures. Te moeilijk voor veel senioren. Tekort aan personeel zet zorglevering onder druk. Door personeelstekort kan thuiszorg regelmatig maar  beperkte ondersteuning bieden. Verslechterde mobiliteit maakt 1e lijn moeilijk bereikbaar (huisarts, fysiotherapeut etc.). Naar een specialist in het ziekenhuis is lastig. Beeldbellen of een teleconsult is vaak nog niet mogelijk. Onveilige situaties in huis kunnen tot valincidenten leiden. Drempels, slecht toegankelijke douches, te laag toilet, geen beugel bij bed, te weinig ruimte voor een rollator.  Vereenzaming dreigt bij toenemende leeftijd. Familie, vrienden en leeftijdsgenoten vallen weg. Er zijn soms weinig ontmoetingsmogelijkheden in de wijk. Stapeling problemen vergroten de kans op uithuisplaatsing. Verminderde kwaliteit van leven, een gevoel niet meer de regie kunnen voeren, een gevoel van onveiligheid en uiteindelijk niet meer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen.

Wat in transitietraject ‘senior langer thuis’? Mogelijke opties:

1. Focus op veilig thuis wonen en welbevinden. Terug naar de bedoeling: langer veilig thuis wonen van senioren. Zorg dat ondersteuning aansluit bij de behoefte. Stimuleer de senior. Houd zicht hoe het gaat. Meet welbevinden met een gevalideerd instrument. Daarmee ontstaat zicht hoe het gaat en of bijsturing nodig is.  

2. Betrek familie en mantelzorgers. Communicatie tussen senior, familie, mantelzorgers en thuiszorg verhoogt de betrokkenheid. Een communicatie-app zorgt, dat betrokkenen op de hoogte zijn: hoe gaat het en wat is er te doen? Stimuleer dat senior, familie, mantelzorgers en thuiszorg de comm-app gaan gebruiken.

3. Vereenvoudig aanvraag domeinoverstijgende bekostiging. Als de meting van kwaliteit van leven laat zien dat ondersteuning niet toereikend is, moet opschaling makkelijk gerealiseerd kunnen worden. Dit kan bijv. met een schakel voor de domeinloketten.

4. Gebruik zorg-apps. Zorgapps helpen senioren langer thuis te laten wonen. Bijv. een communicatie-app faciliteert de communicatie tussen senior, familie, mantelzorg en thuiszorg. Personenalarmering en slim deurslot geeft senioren een veilig gevoel, dat bij noodsituatie hulp geboden wordt. Met beeld bellen kan visueel contact onderhouden worden met familie.

Hoe pakt u dit als zorgaanbieder op? Het Integraal Zorg Akkoord legt dit op het bordje van lokale en regionale zorgpartners. Het raakt immers de verschillende zorgpartners: de 1e lijn, thuiszorgaanbieders, de verzekeraars , gemeentes, zorgkantoren etc. U als zorgaanbieder kunt samenwerking opzoeken met andere zorgpartners en een transitieplan opstellen. De zorgverzekeraar toetst het transitieplan aan criteria uit het IZA om transformatiemiddelen te kunnen inzetten.

Vooraf is niet volledig bekend welke maatregelen werken en welke niet. Zie het als een leerproject. Daarom is van belang de effecten van maatregelen te volgen. Kijk of de ondersteuning toereikend is, door o.m. kwaliteit van leven met een gevalideerd instrument te meten. Stimuleer de inzet van zorgapps, waaronder een comm-app. Bekostig dit vanuit de transformatiemiddelen.

Pak de veranderingen projectmatig aan. Zorgpartners zitten samen in de projectboard. Bespreek periodiek projectvoortgang en stuur waar nodig bij. Leer van wat werkt en wat niet.